% 1: BOA Buitengewoon Opsporingsambtenaar examen vragen 1) Aan een buitengewoon opsporingsambtenaar wordt toegestaan geweld aan te wenden en de veiligheidsfouillering toe te passen. Hoe worden deze bevoegdheden genoemd? a) fouilleringsbevoegdheden b) opsporingsbevoegdheden c) politiebevoegdheden d) toezichtbevoegdheden 2) Waar is de grondslag voor het Nederlandse strafrecht vastgelegd? a) Grondwet b) Statuut voor het Koninkrijk c) Wetboek van Strafrecht d) Wetboek van Strafvordering 3) Welke wet schrijft voor dat de vrijheidsbeneming in principe alleen mogelijk is op bevel van de rechter? a) Grondwet b) Wet op de Rechterlijke Organisatie c) Wetboek van Strafrecht d) Wetboek van Strafvordering 4) Nadat de verdachte is aangehouden moet hij voor de hulpofficier van justitie worden geleid. Waar dient deze voorgeleiding voor? a) De verdachte in de gelegenheid te stellen contact op te nemen met zijn raadsman b) Het beeïndigen van het strafbare feit c) Het nemen van foto's en vingerafdrukken d) Het toetsen van de rechtmatigheid van de aanhouding 5) Mag een burger buiten het geval van ontdekking op heterdaad een verdachte aanhouden? a) Ja, als er op dat feit voorlopige hechtenis is toegelaten b) Ja, als er sprake is van een noodsituatie c) Nee, een burger is nooit bevoegd om in dit geval aan te houden d) Nee, tenzij hij van een hulpofficier van justitie de opdracht krijgt 6) I. Inbeslagneming is het onder zich nemen of gaan houden van een voorwerp ten behoeve van de strafvordering. II. Iedereen die kennis draagt van een begaan strafbaar feit mag daarvan aangifte doen. a) I en II zijn juist b) Alleen I is juist c) Alleen II is juist d) I en II zijn niet juist 7) Staande houden is een bevoegdheid om ...... a) aan een ieder zijn identiteitsgegevens te vragen b) de verdachte naar zijn identiteitsgegevens te vragen c) de verdachte zolang op te houden als voor het opnemen van de identiteitsgegevens en het verhoor voor het proces-verbaal noodzakelijk is d) een verdachte te horen over het strafbare feit, nadat hem is medegedeeld dat hij niet tot antwoorden verplicht is 8) Het voorbereidend onderzoek is een onderzoek dat voorafgaat aan ...... a) de aanhouding van de verdachte b) de behandeling ter terechtzitting c) de inverzekeringstelling van de verdachte d) het opsporingsonderzoek 9) Wie behoort niet tot de rechterlijke macht? a) Minister van Justitie b) Officier van justitie c) President van de Hoge Raad d) Advocaat-generaal bij het gerechtshof 10) Welke strafbare feiten mag een buitengewoon opsporingsambtenaar opsporen? a) Alle strafbare feiten b) Alle strafbare feiten die in zijn akte van beëdiging vermeld staan c) Alle strafbare feiten uit bijzondere wetten d) Alle strafbare feiten uit gemeentelijke verordeningen 11) I. Een pasgeboren kind mag niet meer dan drie voornamen krijgen. II. Een kind kan de geslachtsnaam van de vader of de moeder krijgen. a) I en II zijn juist b) Alleen I is juist c) Alleen II is juist d) I en II zijn niet juist 12) In artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht wordt het niet voldoen aan een bepaald bevel of een bepaalde vordering strafbaar gesteld. Welke van de onderstaande beweringen maakt geen deel uit van dit artikel? a) Dat de dader opzettelijk niet voldoet aan dat bevel of die vordering b) Dat het bevel of de vordering door een ambtenaar wordt gedaan c) Dat het bevel of de vordering krachtens wettelijk voorschrift moet worden gedaan d) Dat het bevel of de vordering ten minste tweemaal moet worden gedaan 13) Wie worden niet als daders gestraft? a) doen plegers b) medeplichtigen c) plegers d) uitlokkers 14) Wat houdt de cautieplicht in? a) De mededeling dat de verdachte moet meewerken aan zijn eigen veroordeling b) De mededeling dat de verdachte recht heeft op bijstand van een raadsman c) De mededeling voor het verhoor dat de verdachte niet tot antwoorden verplicht is d) De mededeling voor het vragen naar de identiteitsgegevens dat de verdachte niet tot antwoorden verplicht is 15) Het hoogste bestuursorgaan in Nederland is de ...... a) Koningin b) ministerraad c) regering d) Tweede Kamer 16) Een opsporingsambtenaar wordt door een verdachte F25- beloofd als hij het proces-verbaal van een zojuist gepleegde overtreding niet opmaakt. De opsporingsambtenaar gaat op het aanbod van de verdachte in. Waarvan is hier sprake? a) Alleen actieve omkoping b) Alleen passieve omkoping c) Zowel actieve als passieve omkoping d) Omdat het een overtreding betreft, is er in dit geval geen sprake van omkoping 17) Een jongeman bedreigt een voorbijganger met een mes en eist diens portemonnee. Om zich te verdedigen geeft de voorbijganger de jongeman een kaakslag, waardoor deze bewusteloos op de grond valt. Op welke strafuitsluitingsgrond zal de voorbijganger zich kunnen beroepen? a) Noodweer b) Noodweer-exces c) Overmacht d) Wettelijk voorschrift 18) Het aanhouden van een verdachte buiten het geval van ontdekking van een strafbaar feit op heterdaad, mag onder bepaalde voorwaarden ook plaatsvinden door een opsporingsambtenaar, die geen hulpofficier van justitie is. Een van deze voorwaarden is dat ..... a) de verdachte na de aanhouding onverwijld naar een plaats van verhoor wordt overgebracht b) er een redelijk vermoeden bestaat dat de verdachte opnieuw een misdrijf zal plegen c) er ernstige bezwaren tegen de verdachte bestaan d) het optreden van de (hulp)officier van justitie niet kan worden afgewacht 19) Wie is bevoegd een verdachte in verzekering te stellen? a) Elke opsporingsambtenaar b) Officier van justitie en hulpofficier van justitie c) Officier van justitie en rechter-commissaris d) Rechter-commissaris 20) Wie wordt in het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar genoemd als direct toezichthouder over het optreden van de buitengewoon opsporingsambtenaar? a) De burgemeester b) De hulpofficier van justitie c) De korpschef d) De officier van justitie 21) Een verdachte wordt in eerste instantie veroordeeld voor het plegen van een overtreding van de Algemene Plaatselijke Verordening. Waar kan deze verdachte in hoger beroep gaan? a) Bij de rechtbank b) Bij de Hoge Raad c) Bij de politierechter d) Bij het gerechtshof 22) Wie mogen in geval van ontdekking op heterdaad de voor inbeslagneming vatbare voorwerpen in beslag nemen en daartoe elke plaats betreden? a) Alle opsporingsambtenaren b) Uitsluitend de officier van justitie en de hulpofficier van justitie c) Uitsluitend opsporingsambtenaren met een algemene opsporingsbevoegdheid d) Zowel burgers als opsporingsambtenaren 23) Hoe lang mag een verdachte, de nachtelijke uren niet meegerekend, maximaal worden opgehouden voor onderzoek? a) 6 uren b) 12 uren bij verdenking van meerdere strafbare feiten c) 24 uren d) 48 uren 24) Hieronder staat een aantal functionarissen genoemd. 1 rechter-commissaris. 2 advocaat-generaal bij het gerechtshof. 3 officier van justitie. 4 hulpofficier van justitie. Welke van deze functionarissen zijn bevoegd tot het afgeven van een schriftelijke machtiging tot binnentreden in een woning? a) Alleen 1 en 2 b) Alleen 1, 2 en 3 c) Alleen 2, 3 en 4 d) Alle vier 25) Piet is werkzaam als inspecteur van de inkomstenbelasting. Zijn buurman Willem vraagt hem of hij er voor kan zorgen dat zijn belastingformulier met voorrang wordt behandeld. Willem belooft Piet hiervoor F100-. Piet accepteert het aanbod van zijn buurman. Wie kan hier gestraft worden? a) Alleen Piet is strafbaar voor passieve omkoping b) Alleen Willem is strafbaar voor actieve omkoping c) Er wordt geen strafbaar feit gepleegd omdat het niet in strijd is met de plicht van Piet d) Willem is strafbaar voor actieve omkoping en Piet voor passieve omkoping 26) In artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht komt de volgende zin voor: "Diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning of op een besloten erf waarop een woning staat". Het begrip "woning" is hier een bestanddeel van ..... a) de kwalificatie b) de norm c) de sanctie d) is geen bestanddeel 27) Een buitengewoon opsporingsambtenaar neemt in zijn vrije tijd deel aan een demonstratie en is in burger gekleed. Hij voorkomt dat één van de demonstranten een steen gooit naar de politie. De demonstrant scheldt hem de huid vol. Kan de demonstrant worden vervolgd voor het beledigen van een ambtenaar, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening? a) Ja, als de demonstrant weet, dat het een opsporingsambtenaar betreft b) Ja, het betreft een ambtenaar c) Nee, dat strafbare feit is hier niet van toepassing d) Nee, omdat de buitengewoon opsporingsamtenaar in burger gekleed is 28) Aan een politiebureau wordt een brief bezorgd. Het betreft een brief van een advocaat die bestemd is voor een verdachte, die op dat politiebureau is ingesloten in verband met een gepleegde bankoverval. Wat geldt voor deze brief? a) De brief wordt gesloten en ongelezen aan de verdachte overhandigd b) De officier van justitie moet toestemming geven om de brief aan de verdachte te geven c) Een ingesloten verdachte heeft geen recht om brieven te ontvangen d) Voordat de verdachte de brief krijgt leest de hulpofficier van justitie de brief eerst 29) De verklaring van de verdachte wordt zoveel mogelijk in het proces-verbaal opgenomen in ...... a) algemeen beschaafd Nederlands b) ambtelijke taal c) zijn eigen taal d) zijn eigen woorden 30) Welke bewering met betrekking tot het "geval van ontdekking op heterdaad" is juist? a) Het eindigt nadat 6 uur zijn verstreken sinds de betrapping op heterdaad b) Het eist dat de ontdekking plaatsvond nadat het strafbare feit werd begaan c) Het eist dat het feit is ontdekt door een persoon met de opsporing van dat feit belast d) Het wordt niet langer aanwezig geacht dan kort na het feit van de ontdekking op heterdaad 31) Indien een aanhouding is geschied door een ander dan een officier van justitie, hulpofficier van justitie of andere opsporingsambtenaar, dan ...... a) dient deze te handelen overeenkomstig de verplichtingen, die een opsporingsambtenaar heeft bij een aanhouding b) draagt deze zorg, dat de aangehoudene ten spoedigste voor de officier van justitie of hulpofficier van justitie wordt geleid c) levert deze de aangehoudene onverwijld over aan een opsporingsambtenaar d) wordt deze als getuige gehoord door een opsporingsambtenaar 32) Een man pleegt een overtreding van de Algemene Plaatselijke Verordening. Een bevoegde opsporingsambtenaar houdt hem daarvoor staande. Hierbij verzet de verdachte zich tegen de opsporingsambtenaar door hem enige klappen te geven. De verdachte wordt vervolgens aangehouden ter zake het misdrijf wederspannigheid. Kan de verdachte in dit geval door de opsporingsambtenaar op grond van artikel 56 Wetboek van Strafvordering aan zijn kleding worden onderzocht ter inbeslagneming van voorwerpen? a) Ja, het betreft een aangehouden verdachte b) Ja, het betreft hier een aangehouden verdachte tegen wie ernstige bezwaren bestaan c) Nee, de verdachte werd eerst staandegehouden en daarna pas aangehouden d) Nee, in de kleding van de verdachte zal niets worden aangetroffen, dat het gepleegde strafbare feit zal bewijzen 33) Artikel 95 van het Wetboek van Strafvordering bepaalt dat een ieder, die de verdachte aanhoudt of staande houdt, bevoegd is de voor inbeslagneming vatbare voorwerpen, die de verdachte met zich voert, in beslag te nemen. Hieruit volgt, dat ...... a) alleen opsporingsambtenaren bevoegd zijn tot inbeslagneming b) de verdachte ook door een burger aan zijn kleding mag worden onderzocht c) inbeslagneming door een burger is toegestaan, als hij de verdachte aanhoudt of staande houdt d) zowel een burger als een opsporingsambtenaar bevoegd kunnen zijn tot inbeslagneming 34) Er is sprake van een staat als een gemeenschap van mensen een ...... a) eigen grondgebied bewoont, dat internationaal erkend is b) eigen grondgebied bewoont en een eigen overheid heeft c) eigen overheid heeft en de vrijheid van godsdienst is erkend d) zelf gekozen staatshoofd en een Grondwet heeft 35) Wie hebben, respectievelijk in een provincie en in een gemeente, wetgevende bevoegdheid? a) gedeputeerde staten en de burgemeester b) gedeputeerde staten en de gemeenteraad c) provinciale staten en de gemeenteraad d) provinciale staten en het college van burgemeester en wethouders 36) De absolute competentie van de rechterlijke macht geeft antwoord op de vraag welk ...... a) gerecht bevoegd is indien bij verschillende gerechten de vervolging gelijktijdig plaatsvindt b) gerecht van een bepaalde soort bevoegd is tot kennisneming c) openbaar ministerie de verdachte moet dagvaarden d) soort gerecht bevoegd is tot kennisneming 37) Als daders van een strafbaar feit worden onder andere gestraft: "Zij die het feit plegen". Ingevolge het Wetboek van Strafrecht is deze bepaling met betrekking tot het daderschap ook van toepassing op feiten, waarop bij andere wetten en verordeningen straf is gesteld, tenzij ...... anders bepaalt. a) de Grondwet b) de rechter c) de wet d) het wetboek 38) Wat is een andere omschrijving voor het begrip opzet? a) aan grove schuld te wijten b) met het oogmerk c) onachtzaamheid d) onrechtmatig 39) Wanneer is er sprake van "eendaadse samenloop van strafbare feiten"? a) Als de verdachte voor hetzelfde strafbare feit eerder is veroordeeld b) Als er meerdere strafbare feiten tegelijk worden gepleegd door twee of meer verdachten c) Als twee of meer strafbare feiten uit dezelfde wet worden gepleegd door een verdachte d) Indien een feit in meer dan een strafbepaling valt 40) I. Als verdachte wordt aangemerkt degene te wiens aanzien uit feiten en omstandigheden een redelijke schuld aan enig misdrijf voortvloeit. II. Als verdachte wordt daarna aangemerkt degene tegen wie de verdenking is gerezen. a) I en II zijn juist b) Alleen I is juist c) Alleen II is juist d) I en II zijn niet juist 41) Een buitengewoon opsporingsambtenaar ziet, dat een jongen een overtreding pleegt van de Algemene Plaatselijke Verordening. De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd om dit strafbare feit op te sporen. Hij gaat naar de jongen toe en houdt hem staande. Bij het opgeven van de identiteitsgegevens blijkt dat de jongen 10 jaar oud is. Is de buitengewoon opsporingsambtenaar bevoegd deze jongen staande te houden en een proces-verbaal op te maken van de gepleegde overtreding? a) Ja, de jongen mag worden staandegehouden en het proces-verbaal kan worden opgemaakt. Omdat het slechts een overtreding betreft kan hij ook worden vervolgd b) Ja, tegen de jongen kunnen wel dwangmiddelen worden toegepast en een proces-verbaal worden opgemaakt, maar hij kan niet worden vervolgd voor de gepleegde overtreding c) Nee, de jongen heeft de leeftijd van 12 jaar nog niet bereikt d) Nee, de staandehouding is onrechtmatig, maar het proces-verbaal kan wel worden opgemaakt 42) Wat wordt verstaan onder het subsidiariteitsbeginsel? a) De mate waarin de opsporingsambtenaar zijn bevoegdheid uitoefent, moet in verhouding staan tot het doel dat hij wil bereiken b) De manier waarop de opsporingsambtenaar zijn bevoegdheden aanwendt, moet voldoen aan de beginselen van een behoorlijk bestuur c) De opsporingsambtenaar mag bij dit beginsel geen geweld aanwenden om zijn doel te bereiken d) De opsporingsambtenaar moet zijn doel op de minst ingrijpende manier voor de burger zien te bereiken 43) Welke functionaris treedt op als toezichthouder, als de buitengewoon opsporingsambtenaar bevoegd is in het hele land op te treden? a) een door de minister van Justitie aangewezen lid van het openbaar ministerie b) minister van Justitie c) korpschef d) minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 44) Wie zijn buitengewoon opsporingsambtenaren? a) bijzondere ambtenaren van politie b) personen aan wie een akte van beëdiging is verleend c) personen aan wie een commissie van opsporingsambtenaar is verleend d) personen, belast met de uitvoering van bijzondere politietaken 45) Artikel 2 van de Politiewet 1993 bepaalt, dat de politie tot taak heeft in ondergeschiktheid aan het ...1... en in overeenstemming met de geldende ...2... te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven. a) 2 rechtsregels 1 bevoegd gezag b) 1 bevoegd gezag 2 wetten c) 2 opvattingen 1 burgerlijk gezag d) 1 overheidsgezag 2 wettelijke regels 46) I. De bevriezingsmaatregelen met betrekking tot voor inbeslagneming vatbare voorwerpen worden in het Wetboek van Strafvordering opgesomd. II. Een bevriezingsmaatregel in verband met de inbeslagneming van voorwerpen mag de vrijheid van personen beperken. a) I en II zijn juist b) Alleen I is juist c) Alleen II is juist d) I en II zijn niet juist 47) I. Een vervoermiddel mag door een opsporingsambtenaar alleen doorzocht worden ter inbeslagneming bij misdrijven ex artikel 67, lid 1 WvSv. II. Het woongedeelte van een vervoermiddel moet in beginsel door de rechter-commissaris ter inbeslagneming worden doorzocht a) I en II zijn juist b) Alleen I is juist c) Alleen II is juist d) I en II zijn niet juist 48) Hoe heet de uitspraak van het gerechtshof? a) vonnis b) arrest c) appèl d) verstekvonnis 49) In de krant lezen we het volgende bericht: Na een geslaagde keizersnee merkt de behandelend arts tegen de leden van het medisch team op: "Wat een prachtige keizersnee was dat, ik ga m'n initialen eronder zetten." Vervolgens kerft hij met het operatiemes zijn initialen in de buik van de vrouw. De arts wordt vervolgd terzake mishandeling. Als excuus voert hij een na het incident vastgestelde hersenafwijking aan, die zijn persoonlijkheid en zijn gedrag zou beïnvloeden. Door de rechtbank wordt vastgesteld, dat er tijdens het plegen van het feit daadwerkelijk sprake was van een hersenafwijking, die veroorzaakt werd door een tumor. De tumor is inmiddels verwijderd en de arts functioneert weer normaal. Op grond van welke strafuitsluitingsgrond zal de rechtbank de verdachte kunnen ontslaan van rechtsvervolging? a) omdat de arts het feit beging als medicus, is er geen beroep op een strafuitsluitingsgrond mogelijk b) ontoerekeningsvatbaarheid wegens gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens c) ontoerekeningsvatbaarheid wegens ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens d) overmacht, vanwege drang waaraan hij geen weerstand kon bieden 50) Een wandelaar loopt in het duingebied met zijn hond. De wandelaar ziet dat zijn hond een konijn bespeurt en roept: "Pak'm Castor. Toe dan!" De hond rent achter het konijn aan, krijgt hem te pakken en bijt hem dood. Het doden van een konijn, die tot het wild behoort, is als overtreding strafbaar gesteld. Welke vorm van daderschap is op de wandelaar van toepassing? a) geen, omdat niet de wandelaar maar de hond het konijn bemachtigt b) doen pleger c) pleger d) uitlokker